Rekenen en Wiskunde

Aansluitend aan datgene wat in groep 2 aan voorbereidende rekenactiviteiten is gedaan, wordt in groep 3 een begin gemaakt met methodisch rekenen. Wij gebruiken hiervoor de methode “Wizwijs”. De methode “Wizwijs” is een rekenmethode, die in ruime mate voldoet aan de gestelde kerndoelen voor het basisonderwijs. Met behulp van de methode kan goed ingespeeld worden op verschillen tussen kinderen.

De methode gaat uit van het model effectieve instructie. Ook is een onderscheid gemaakt tussen leerkrachtgebonden en leerkrachtvrije lessen. Verder is de methode voorzien van een uitgebreid toetssysteem, waardoor de ontwikkeling nauwkeurig gevolgd kan worden. 

In vergelijking met oudere methoden ligt het eindniveau van Wizwijs hoger. Wizwijs voldoet aan de eisen van de commissie Meijerink, die het rekenniveau in het basisonderwijs naar een hoger plan wil tillen. Op de schriftjes die meegaan naar huis staat afgedrukt met welke rekenonderdelen de kinderen op school bezig zijn. Dit geeft ouders de mogelijkheid hier thuis verder op in te spelen.

De kinderen van de groepen 4 en de groepen 7 werken tweemaal per jaar een periode van 6 weken met elkaar samen in het kader van tutorrekenen. De groep 7 kinderen helpen in spelvorm de kinderen van groep 4 met het automatiseren van de rekenbewerkingen. Voor groep 4 is dit een goede inoefening van de leerstof. De kinderen van groep 7 hebben een goede herhaling van de leerstof en leren bovendien in een aparte tutortraining hoe je andere kinderen kunt helpen.
 

Schrijven 

Op veel scholen wordt gebruikt gemaakt van een schrijfmethode die de kinderen het hellende en gebonden schrift aanleert. Uit ervaring en onderzoek is gebleken dat schrijven een hoge mate van vaardigheden en inspanning vereist van een kind. Voor onze school een reden om het “schrijfonderwijs” eens nader te bekijken en zo mogelijk te verbeteren. Wij hebben gekozen voor een andere aanpak.

De ontwikkeling van motoriek is een van de belangrijkste voorwaarde om te kunnen schrijven.

Al in de kleutergroepen is er veel aandacht voor deze motorische ontwikkeling en komen de kinderen op speelse wijze in aanraking met allerlei oefeningen. Aan het eind van de kleuterperiode of bij de start van groep 3 zal het kind over voldoende vaardigheden beschikken om te kunnen leren schrijven.

In groep 3 is gekozen voor de methode “Schrijven in de basisschool”. Deze methode leert de kinderen het blokschrift aan. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen links en rechtshandigen. Dyslectische kinderen zullen minder problemen ondervinden omdat deze methode makkelijk herkenbaar en leesbaar is. De leerlingen zijn sneller in staat vlot en duidelijk te schrijven en meer plezier te bleven op deze manier.

Niet alleen in de kleuterbouw, maar ook in de groepen 3 en 4 staan motorische oefeningen centraal. Deze oefeningen komen o.a. tegemoet aan bewegingsvaardigheden voor de ontwikkeling van schrijfhouding, zithouding en pengreep.

De kinderen krijgen de mogelijkheid om met verschillende schrijfmaterialen te experimenteren. Na groep 4 is het de bedoeling het schrijven verder te ontwikkelen en te automatiseren, op een manier die de kinderen aanspreekt (sms-taal, reclame en etalageschrift, etc.)

Aan het eind van de basisschoolperiode verwachten we dat de kinderen een vlot en leesbaar handschrift hebben ontwikkeld, waar ze in de rest van hun ontwikkeling profijt van zullen hebben.
 

Taal

Binnen het onderwijs neemt taal een centrale plaats in. Veel taalmethoden stonden vroeger vol met oefeningen in spelling en grammatica. Het huidige onderwijs vereist meer. Spelling en grammatica kunnen, in vergelijking met vroeger, beter en efficiënter worden aangeleerd.

Hierdoor komt tijd vrij voor onderdelen die vroeger niet of nauwelijks aan bod kwamen, maar die van essentieel belang zijn, om goed te kunnen functioneren in onze maatschappij. In de door ons gebruikte methode “STAAL” komen op gevarieerde en gestructureerde wijze de volgende taalaspecten aan de orde:
 

Spreken en luisteren

Naast geïsoleerde luister- en spreekoefeningen worden oefeningen gedaan die het spreken en luisteren gelijktijdig oefenen. Het interactieproces staat hierbij centraal. Kinderen wordt geleerd aan verschillende gesprekssituaties deel te nemen, zoals discussies, spelregels uitleggen, klachten beargumenteren enz.
 

Stellen

We willen kinderen leren hun gedachten, gevoelens en ervaringen zó op papier te zetten, dat deze toegankelijk zijn voor de lezers waarvoor ze bedoeld zijn. In de loop der jaren wordt de kinderen een strategie aangeleerd dit te bereiken. Bij de stelopdrachten wordt een onderscheid gemaakt in zakelijk en creatief leren schrijven. Bij het creatief stellen, dat meer een beroep doet op de fantasie, liggen de doelen op het expressieve vlak. Het gaat dan om het verrassende, het originele. Het zakelijk stellen doet vooral een beroep op het gebruik van feiten, logische verbanden, chronologie en causaliteit.
 

Taalbeschouwing

Bij taalbeschouwing wordt over taal en taalgebruik verder nagedacht. In de lessen komen onderwerpen als woordvorming, grammatica en interpunctie aan de orde.
 

Woordenschat

Belangrijk onderdelen hierbij zijn de woordenschatuitbreiding, het leren van spreekwoorden en gezegdes, figuurlijk en letterlijk taalgebruik, tegenstellingen, homoniemen en synoniemen. Ook het afleiden van betekenissen uit een context of uit andere woordvormen neemt een belangrijke plaats in.
 

Spelling

De taalmethode Staal heeft een aparte leergang spelling. Op gestructureerdeen gevarieerde wijze wordt de spelling van onveranderlijke woorden en veranderlijke woorden (werkwoorden) aangeleerd en ingeoefend, aan de hand van een aantal spellingcategorieën. Na een uitgebreid oefenprogramma volgt om de 2 weken een toetsdictee.

In groep 5, vanaf ongeveer maart, beginnen de kinderen te leren wat een persoonsvorm en een onderwerp is. Dit is een eerste begin voor het aanleren van de werkwoordspelling.

Vanaf groep 6 wordt dit geleidelijk aan verder uitgewerkt, zodat de kinderen aan het einde van groep 8 de spelling beheersen.

Lezen

Voortbouwend op hetgeen in groep 1/2 als voorbereiding heeft plaatsgevonden, leren de kinderen in groep 3 lezen. Dit gebeurt met behulp van de nieuwste versie van de methode “Veilig Leren Lezen”. Na enkele maanden kunnen de kinderen dan al aardig wat woordjes en eenvoudige verhaaltjes lezen. Vanaf de kerst lezen de kinderen in groep 3 in niveaugroepjes. Dit geeft de kinderen de kans om het geleerde intensief te oefenen met als doel de technische leesvaardigheid te vergroten.

In groep 4 wordt het leesonderwijs voortgezet met de methode Estafette, waarmee dagelijks wordt gewerkt. Met deze methode is het goed mogelijk tegemoet te komen aan verschillende instructiebehoeften van kinderen. Door regelmatig te toetsen wordt de leesontwikkeling nauwlettend gevolgd en het leerstofaanbod daaraan aangepast.

Naast steeds vlotter en moeilijkere woorden leren lezen, maken de kinderen vanaf groep 5 ook kennis met begrijpend lezen. We gebruiken hiervoor de methode lezen in beeld. Het begrijpend lezen loopt door tot en met groep 8. In de bovenbouw krijgt dit onderdeel steeds meer de nadruk.